Voor sommige mensen lijkt de Nederlandse spelling uit louter uitzonderingen te bestaan. Er zit echter wel degelijk een systeem achter de spelling.
In mijn onderzoek probeer ik te achterhalen hoe we het spellingonderwijs kunnen verbeteren. Mijn onderzoek richt zich op het samenspel tussen fonologie, morfologie en etymologie.
Huidig onderzoek (2025-2028)
In 2025 heb ik een beurs in het kader van het programma Postdoc VO GW gekregen. (meer informatie)
Om woorden waarvan de spelling lexicaal bepaald is goed te kunnen spellen is kennis nodig van fonologie en morfologie. Hiermee is echter niet de spelling van alle woorden te beredeneren, voor sommige woorden is ook etymologische kennis van belang. De gangbare didactiek maakt echter nauwelijks gebruik van taalkundige principes tijdens de spellinglessen. Het is niet duidelijk welke bijdrage morfologische en etymologische kennis kunnen leveren aan een verbeterde spellingvaardigheid. Naar de vraag hoe het samenspel tussen fonologie, morfologie en etymologie in de Nederlandse spellingdidactiek geïntegreerd moet worden, is nog nauwelijks onderzoek gedaan. In dit project wordt daarom onderzocht hoe uitgegaan kan worden van metaconcepten die een rol spelen bij het spellen. De centrale vraag van dit onderzoek luidt: In hoeverre draagt een taalbeschouwelijk redeneermodel bij aan bewuste spellingvaardigheid? Hiertoe wordt via twee Docent Ontwikkel Teams een beperkte lessenserie ontwikkeld waarmee het morfologisch en etymologisch bewustzijn van leerlingen vergroot kan worden.
Promotieonderzoek (2014-2023)
In 2014 heeft de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) mij na een intensieve selectieprocedure een Promotiebeurs Leraren toegekend waardoor ik in 2015 kon starten met mijn promotieonderzoek.
In mijn promotieonderzoek stonden twee belangrijke vragen centraal: hoe beïnvloedt grammaticaal bewustzijn de spelling van homofone werkwoordsvormen en wat is de rol van incorrect gespelde werkwoordsvormen tijdens het begrijpend lezen?
De meeste werkwoorden worden gespeld volgens het principe ‘spel wat je hoort’. Zo schrijven we fietst met een <t> omdat we ook een <t> horen. Het Nederlands kent echter ook werkwoorden waar niet te horen is hoe je moet spellen. Zo kun je niet horen of je wordt met een <d>, <dt> of een <t> moet schrijven. Beide woorden klinken immers als /wɔrt/. Dit soort werkwoorden worden homofonen genoemd.
Hoewel de homofone werkwoorden in de minderheid zijn, veroorzaken ze wel de meeste fouten (de beruchte <dt>-fouten). Ik heb onderzocht welke processen verantwoordelijk zijn voor de fouten bij het spellen en bij het nalezen van dit soort werkwoorden. Hiervoor heb ik gebruikgemaakt van experimenten, maar ook van corpusonderzoek en eye-tracking.
Op 3 maart 2023 heb ik mijn proefschrift, getiteld The underestimated role of grammar in processing homophonous verb forms: the case of Dutch succesvol verdedigd aan de Radboud Universiteit.
In de media
Af en toe is er in de media aandacht voor mijn onderzoek.
-
‘Bevlogen neerlandicus Robert pleit voor gratis lerarenopleidingen’ in Brabants Dagblad, 18-02-2025 (link)
-
‘Drie vragen aan…Robert Chamalaun’ in Didactief, 53(4), 7, 06-04-2023. (link)
- ‘Spelfouten: dit is waarom we ze maken – en velen zich er mateloos aan storen’ op Scientias, 20-03-2023 (link)
- ‘Robert Chamalaun over dt-fouten’ bij De Taalstaat, op NPO Radio 1, 11-03-2023 (link)
- ‘Spelfouten met werkwoorden verklaard/t’, Onze Taal, december 2019, p.30
- ‘Je kind met school helpen is prima, maar een ouder is geen spellingchecker’, Trouw, 05-11-2015. (link)